VX MIX 06: Dmitri Dmitrijevitsj Sjostakovitsj

Afleveringen 6 en 7 zijn gewijd aan de muziek van één man : 

Dmitri Dmitrijevitsj Sjostakovitsj | Дми́трий Дми́триевич Шостако́вич

Media content
Audio file

 

Het spreekt voor zich dat ik niet de pretentie heb een volledig historisch of musicologisch onderlegd overzicht te geven van het oeuvre van deze grootmeester. Wat u te horen krijgt is een hoogst persoonlijke en volstrekt onvolledige selectie die samengesteld is door een bescheiden liefhebber van zowel de klassieke muziek als van Sjostakovitsj’ repertoire.  

Er is over leven en werk van deze componist zoveel geschreven, door veel grotere geesten dan ik, dat ik me niet ga wagen aan diepgaande muzikale analyses of erudiete historische omkaderingen… Als u wil, kan u op het net of in de bibliotheek een eindeloze stroom thesissen, essays en artikelen vinden over elk opus en over elk moment in het leven van de man. Er is zelfs fictie over hem geschreven… (‘The Noise of Time’ van Julian Barnes).  

Dus wat ik ga doen is u zo af en toe doorverwijzen naar een van de knowledge-for-dummies sites als Wikipedia en verder hier en daar wat dingen vermelden.

Zo, nu ik me deskundig ingedekt heb voor het geval iemand me op gemeenplaatsen, open deuren of stommiteiten betrapt, kunnen we aan de slag…

Media content
Image
stan werkplek vx mix 06 Dmitri Dmitrijevitsj Sjostakovitsj

U wordt het huis van Dmitri Sjostakovitsj (vanaf nu afgekort tot Ш) binnengeleid via de Kersentuin... Het eerste nummer dat u hoort is de ‘Cadenza van het Vioolconcert in A Mineur, Opus 82 van Aleksandr Glazoenov, geschreven in 1904 en hier uitgevoerd door David Oistrach met het USSR State Symphony Orchestra o.l.v. Kirill Kondrasjin.  

Zo, dat is meteen een hele mond vol.

Media content
Image
tg stan werkplek Glazoenov - Oistrach - Kondrasjin

Alexandr Glazoenov - David Oistrach - Kirill Kondrasjin

Waarom beginnen met Alexandr Glazoenov? 

De muzikale score van onze 2015-versie van Anton Tsjechov’s ‘De Kersentuin begon aan het begin van het tweede bedrijf.  Het eerste bedrijf, de thuiskomst, speelt zich af in het midden van de nacht, zonder enige muziek. Voor mij was de score van het tweede bedrijf, dat zich buiten afspeelt op een bank in het veld, een ‘pars pro toto’ voor het hele stuk en zat daardoor vol voortekens en voorspellingen. Eigenlijk was het stuk vanuit het oogpunt van de score voorbij na het tweede bedrijf. Het derde bedrijf, het feest, en het vierde bedrijf, het vertrek, speelden zich af in een soort ‘geleende tijd’…

De muzikale overgang van bedrijf één naar bedrijf twee bestond uit twee tracks: 

de ‘Cadenza’ van Glazoenov die na een tijdje werd verdrongen en versmacht door het 13e strijkkwartet van Ш… Het geheel symboliseerde het verdringen van de oude generatie door de nieuwe. Glazoenov stond namelijk bekend als een nogal ouderwetse en behoudsgezinde componist die de nieuwe generatie (Ш en Stravinsky) maar rare vogels vond die kakofonische muziek maakten… Hij vertegenwoordigt dus de oude garde, of de personages Ljoebov en Gajev zo u wil.  Ш staat in deze overgang voor de nieuwe generatie, in het stuk belichaamd door Anja en Trofimov.  

Over het 13e Strijkkwartet van Ш zo dadelijk meer, eerst nog even over die cadenza, die te vinden is tegen het einde van het andante van het 82e vioolconcert: ook al wordt het oeuvre van Glazoenov afgedaan als gedateerd, dit andante wordt unaniem geprezen en de cadenza, een passage in een werk die vaak door de solist wordt geïmproviseerd maar in dit geval door de componist zelf is geschreven, is een klein meesterwerk.  

Het wordt hier dan ook nog eens uitgevoerd door David Oistrach, één van de grootste violisten uit de geschiedenis, die ook in het leven van Ш een grote rol zal spelen.  

In de voorstelling was maar een kort stukje uit de cadenza te horen, hij werd al snel weggeduwd door het 13e van Ш, maar in deze mix hoort u hem natuurlijk integraal.

Ш begon aan zijn 13e Strijkkwartet’ (Opus 138 in Si bemol mineur) te schrijven in 1969 en voltooide het in 1970. Tussen het schrijven zat een pauze omdat hij een orthopedische behandeling moest ondergaan. Het werk, dat uit één deel bestaat, een Adagio, werd opgedragen aan Vadim Borisovsky, de altviolist van het Beethoven Quartet, dat vanaf 1938 nauw met Ш samenwerkte en de première van het 2e tot en met het 14e van zijn 15 strijkkwartetten speelde. In ‘De Kersentuin’ gebruikte ik echter de versie van het Rasumovsky Quartett uit Saarbrücken. Dit relatief jonge kwartet, opgericht in 2001, heeft alle strijkkwartetten van Ш opgenomen in 2006, ter gelegenheid van zijn honderdste verjaardag, dit in nauwe samenwerking met Maxim Shostakovich, zoon van.  

Die laatste zegt over deze opname : The new recording of the complete string quartets of Dimitri Shostakovich by the Rasumovsky Quartet has made the very deepest impression on me. The creative and sensual penetration into the world of the music of Dimitri Shostakovich, the individual mastery and the talent of each of the individual members of this excellent ensemble allow this recording to be numbered amongst the best interpretations ever of the music of my father’.

Ik had het 13e Strijkkwartet gekozen voor de voorstelling, omdat Ш in de partituur had verwerkt dat de muzikanten een aantal keer op de klankkast van hun instrument moeten slaan met de strijkstok, een techniek die indertijd al gekend was in het Westen, maar nog niet in de Sovjet-Unie. Voor mij stond dat slaan symbool voor het omhakken van de bomen in ‘De Kersentuin’ (een van die voortekens waar ik het over had). 
Verder is het werk geschreven in de laatste periode van Ш’s leven, wat ook voor Anton Tsjechov het geval was... (Veel muzikanten weigeren trouwens om hun instrument op deze manier te ‘mishandelen’ en verkiezen om op de pupiter te slaan…)

Het magistrale einde van dit 13e Strijkkwartet was ook meteen het einde van het tweede bedrijf van ‘De Kersentuin’.

stan werkplek vx mix 06 Shostakovich
Ш getekend door Gavriil Glickman, vooral bekend als beeldhouwer maar in het geheim maakte hij ook portretten die niet in het Sovjet format pasten. Hij was bevriend met Ш, die hem aanraadde ‘ze voorlopig in een bunker te verstoppen’.

 

Na deze openingssequentie gaan we terug in de tijd.

Vanaf nu stel ik de werken voor in chronologische volgorde, te beginnen met Opus 16, de ‘Tahiti Trot’. Dit korte werk uit 1928 is eigenlijk een grap. Het nummer is een orkestratie van ‘Tea for Two’ uit de Broadway musical ‘No, No, No, Nanette’. Ш, die toen 22 was, schreef het voor een weddenschap. De dirigent Nikolaj Malko daagde hem uit om op minder dan een uur uit het geheugen een volledige nieuwe orkestratie van het nummer te schrijven. Ш deed er 45 minuten over. De weddenschap bracht hem 100 roebel op. Malko gaf de première van ‘Tahiti Trot’ het jaar daarop met het Filharmonisch Orkest van Leningrad.

Ш schreef zijn Eerste Pianoconcert in 1933. In deze mix kan u luisteren naar de eerste van vier bewegingen, het Allegretto.  De volledige titel van de compositie luidt ‘Concerto Nr. 1 voor piano, trompet en strijkers in C mineur, Opus 35’. In de versie die ik hier gebruik hoort u voor het eerst Ш aan het werk als pianist.  

De première van dit maar 20 minuten durende concert gaf hij met het Leningrad Philharmonisch Orkest onder leiding van Fritz Stiedry, de Oostenrijkse dirigent die datzelfde jaar Berlijn had verlaten na de machtsovername van Adolf Hitler. Anders dan in Ш’s latere werken is de uitstraling van het werk eerder vrolijk. Het was een relatief onbekommerde tijd voor hem. Hij was populair bij het publiek en tussen hem en de overheid zat er nog geen haar in de boter.

Hier kan u zijn uitvoering van de vierde beweging (Allegro brio) zien in 1940 : 

Shostakovich plays piano concerto no 1, op. 35 - IV (1940)

stan werkplek Shostakovich

De volgende twee nummers zitten opnieuw vol ironie, te beginnen met de ‘Suite voor Jazzorkest Nr. 1’ (Opus 38), geschreven in Leningrad in 1934, waaruit u de eerste beweging hoort, de alom bekende Wals.

Ш, die jazz erg kon appreciëren, wist natuurlijk heel goed dat deze ‘suite’ volstrekt niets met jazz te maken had, maar hij kon er van op aan dat als hij dat woord gebruikte in de titel, de regering meteen in een kramp zou schieten. Voor de Sovjetleiders stond deze muziek namelijk symbool voor de Westerse decadentie.  

Toen de jazz uit de VS overwaaide in de jaren twintig, stond de regering er de eerste jaren niet vijandig tegenover en was hij ook erg populair bij het publiek. De reden hiervoor was dat aangezien jazz de muziek van de onderdrukte Afro-Amerikaanse gemeenschap was, de overheid hem ook als een middel in de politieke strijd kon beschouwen.  

De geschiedenis van de Sovjet jazz begon op 1 oktober 1922, toen een eerste jazzconcert met amateurmuzikanten werd georganiseerd in Moskou. De jaren daarop kwamen er verschillende Amerikaanse bands op bezoek die met veel succes concerten gaven. Tegen het einde van de jaren twintig waren er meer en meer lokale jazzbands in Moskou en Leningrad, dat zowaar een Mekka werd voor de Russische jazzliefhebber.  

Maar aan die ontvankelijke houding kwam een einde in de jaren dertig, toen de overheid de jazz dus meer en meer begon te beschouwen als een voorbeeld van de bourgeois cultuur. Buitenlandse artiesten werden geweerd. De binnenlandse jazzmuzikanten werden voorlopig ongemoeid gelaten maar hun optredens werden beperkt.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog kreeg jazz weer wat ademruimte, er vonden tal van jazz-optredens plaats om het moreel van de troepen te versterken, maar na WO II beleefde de jazz zijn moeilijkste periode, toen hij tijdens de koude oorlog opnieuw in de ban werd gedaan.  

‘Vandaag speelt hij jazz, morgen verraadt hij zijn land’, was een bekende propagandaslogan.

Pas in de jaren zestig vond de jazz weer voet aan de grond.  Zo opende in ’64 de beroemde ‘Blue Bird’ jazzclub in Moskou, buitenlandse muzikanten waren weer welkom, er verschenen boeken en films over deze muziek. Toen in 1991 Rusland in zijn post-Perestroika crisis belandde, ging het weer bergaf met de jazz in het land, pas vanaf de jaren 2000 werd het weer beter…

stan werkplek jazz poster

(bron : https://www.rbth.com/history/329154-why-american-jazz-was-banned)

 

Vier jaar na de eerste Jazz Suite, schrijft Ш zijn Suite voor jazzorkest nr. 2’, waaruit u de zesde beweging, de Wals, hoort, het nummer dat onder andere door Stanley Kubrick’s Eyes Wide Shut onsterfelijk is gemaakt voor het brede publiek. Beide suites zijn te vinden op ‘The Jazz Album’ uitgevoerd door het Koninklijke Concertgebouworkest uit Amsterdam onder leiding van Riccardo Chailly en in 1993 uitgebracht op Decca.

Shostakovich The Jazz Album

 

Na deze relatief harmonische periode in het leven van Ш, betekent het begin van Wereldoorlog Twee ook voor hem een ommeslag, een evolutie naar een ander hoofdstuk in zijn werk. De toon wordt somberder zo u wil, maar ook kwader en urgenter.

In 1941 schrijft de componist zijn ‘Symfonie nr. 7 (Op. 60)’ ofwel ‘Leningrad’. 

Hij droeg dit werk in eerste instantie op aan Lenin, maar door het beleg van Leningrad (dat duurde van 8 september 1941 tot 27 januari 1944) veranderde hij van gedachte en droeg hij het op aan deze stad. De symfonie zou in het belegerde Leningrad in première gaan op 5 maart 1942. Lees op de wikipagina alle verdere details over dit werk, en over de betekenis en het belang ervan. Ik beken dat ik geen enorme fan ben van het meer Sturm & Drang’ werk van Ш, ik hou vooral van zijn intiemere composities, en deze symfonie is niet wars van enig bombast en triomfalisme, maar ze is van zo’n historische waarde – ze groeide uit tot een symbool van het verzet tegen het nazisme en het militarisme – dat ze niet mag ontbreken. Ik ben echter wel zo boud geweest alleen de tweede beweging te presenteren, het Moderato (poco Allegretto), wat meteen het meest introverte deel is. Maar aan hen die wat breder en luider willen gaan, kan ik deze symfonie van Ш van harte aanbevelen.

Vóór dit stuk begint, hoort u een boodschap die Ш op 17 september 1941 via Leningrad Radio de wereld instuurde.  

De vertaling (met dank aan Evgenia Brendes) : 

‘Ik heb zonet de eerste twee delen van een grote symfonische compositie voltooid.  
Als het mij lukt deze af te maken, als ik erin slaag een derde en een vierde deel toe te voegen, dan zou dit misschien mijn 7de symfonie kunnen heten.  Waarom vertel ik u dit ? 
Omdat de luisteraars die nu naar mij luisteren weten dat het leven in onze stad zijn gang gaat en wij allemaal onze strijd dragen. Alle Sovjetmuzikanten, mijn dierbare collega’s van het vak en mijn vrienden, denk eraan dat onze grote kunst op dit moment voor een groot gevaar staat. Laten we dan ook onze muziek verdedigen, laten we eerlijk blijven en onbaatzuchtig blijven werken.'  

Ongetwijfeld een wat opgelegde propagandaboodschap, maar toch ontroerend.

Hier nog een mooi artikel van de BBC, met de getuigenis van een dame die op de première van de 7e in Leningrad in de zaal zat : https://www.bbc.com/news/magazine-34292312.

Leningrad, 1941
Leningrad, 1941
Shostakovich biedt zich aan bij het leger
In 1941 bood Ш zich aan bij het leger, maar door zijn slecht gezichtsvermogen werd hij afgekeurd. Ter compensatie werd hij vrijwilliger bij de brandweer van het Conservatorium van Leningrad.

 

De volgende compositie op het programma, het ‘Piano Trio No. 2 in Mi mineur voor Viool, Cello en Piano (Opus 67)’, schreef Ш in 1944, nog tijdens de oorlog, maar wel kort na het einde van de bezetting van Leningrad. Op 27 januari waren de Duitsers definitief uit de omgeving van Leningrad verdreven. De stad was voor de Duitse artillerie onbereikbaar geworden en er heerste een onwezenlijke stilte. Na 872 dagen te zijn belegerd konden de overgebleven 560 000 inwoners eindelijk opgelucht ademhalen.

De première van het Piano Trio, dat bestaat uit vier bewegingen (Andante, Allegro non troppo, Largo en Allegretto) vond plaats in Leningrad op 14 november 1944.

De versie die u hoort, met David Oistrakh op de viool, Miloš Sádlo op de cello en opnieuw Ш zelf aan de piano, is opgenomen in Praag in 1946.

Het kan projectie van me zijn, maar de stilte na de aanhoudende bombardementen is naar mijn gevoel te horen in dit werk…

David Oistrach, Ш en Miloš Sádlo, Praag
David Oistrach, Ш en Miloš Sádlo, Praag

 

Het is ook met de grote David Oistrach in gedachten dat Ш in 1947 en ’48 het laatste werk in deze aflevering schrijft: het magistrale Vioolconcert nr. 1 oftewel Concerto nr. 1 voor Viool en Orkest in La mineur (Opus 77)’.

Nadat Ш het concerto had voltooid bleef hij aan de compositie sleutelen en, ook mede door het klimaat van strenge censuur dat op dat moment heerste, was het dan ook pas op 29 oktober 1955, twee jaar na de dood van Stalin in maart 1953, dat dit voor violist, orkest en publiek iconische werk uiteindelijk in première ging in Leningrad.

Het werk duurt ongeveer 35 minuten en bestaat uit vier bewegingen, met een cadenza die de laatste twee verbindt: 

Nocturne : Moderato
Scherzo : Allegro
Passacaglie : Andante – Cadenza (attacca)
Burlesque : Allegro con brio – Presto

Dit concerto is natuurlijk tal van keren gespeeld en opgenomen. Zij die de Koningin Elizabeth-wedstrijd voor viool volgen, zullen het stuk zeker kennen, het is zeer populair bij solo-violisten. Ik heb lang getwijfeld tussen de uitvoering met Hilary Hahn of die met David Oistrach. Uiteindelijk heb ik, eveneens uit historisch oogpunt, voor de laatste gekozen – het werk is nu eenmaal voor Oistrach geschreven – maar ook de versie van Hilary Hahn is fenomenaal…

Hier heeft u een gefilmde opname van allebei : 

David Oistrakh Violin Concerto No 1 Shostakovich (Berlijn 1967)

(Laat u niet in verwarring brengen door het Opusnummer, het heette eerst 99 maar werd dan 77… detail voor nerds…)

Hilary Hahn - Shostakovich: Concerto for Violin and Orchestra No. 1 in A minor (Tokio 2000)

Tot slot nog een getuigenis over Opus 77 van de al even geweldige Leonidas Kavakos :

https://www.wrti.org/post/emotional-story-behind-dmitri-shostakovichs-monumental-first-violin-concerto

 

Media content
Image
tg stan werkplek vx mix 6
Media content
Audio file

De playlist:

Media content
Image
vx mix 6 Shostakovich

Lees hier het vervolg:  aflevering 7